Live: Roadburn 2017 – Donderdag 20 April

Roadburn is een fenomeen op zich. Het festival slaagt er als geen ander in om verschillende uithoeken van het zwaardere genre samen te brengen tot één coherent geheel. En dat niet alleen, vele bands maken geven graag net dat beetje extra of komen verrassend uit de hoek met unieke performances. In het derde weekend van april was daar alweer het hoogtepunt van het jaar op muzikaal gebied. Murmure trok drie man sterk naar Tilburg om verslag te doen.

Tekst door: Sinan en Daniël

Foto’s door: Jurgen van Hest

Ash Borer

Mijn derde editie van Roadburn begon met de black metal van het Canadese gezelschap Ash Borer. Afgelopen jaar verscheen het niet onverdienstelijke The Irrepassable Gate en de vraag was dan ook hoe de atmosferische black metal zich live zou vertalen. In een ruim voor aanvang volgepakte Green Room zette de Canadese formatie een aardige show neer. Niks meer, niets minder. Vooral in het begin van de set wilde het geluid nog niet helemaal meewerken en bovendien miste het optreden de nodige overtuiging. Gaandeweg de performance werd dit wel beter en richting het einde leek Ash Borer dan eindelijk helemaal in zijn element te zitten. Spijtig genoeg net te laat om “aardig” te veranderen in een dikke “prima”. (D)

Ash Borer

Wretch

Het Patronaat werd ondertussen wakkergeschud door Wretch, de nieuwe band van voormalig The Gates Of Slumber frontman Karl Simon. Dit trio bracht vorig jaar zijn debuut uit die vol stond met traditionele doom in het straatje Saint Vitus en Pentagram. Grote blikvanger was natuurlijk Simon met zijn Sabbathiaanse gitaarspel, die het publiek gehypnotiseerd liet knikkebollen middels stroperige riffs en solo’s. Op muzikaal niveau deden deze ervaren rotten het dus naar behoren. De songs waren prima, maar brachten weinig nieuws op tafel en wat variatie betreft was het zoeken. Wretch is dan ook voornamelijk een degelijke Black Sabbath kloon. Leuk voor een half uurtje, daarna heb je het wel gehoord. (S)

Alaric

Qua sound is het Amerikaanse Alaric op papier een heel tof bandje. Dit kwartet mixt namelijk punk, doom metal en gothic rock, en maakt er een geheel van dat doet denken aan Killing Joke en Tau Cross. Het begon dan ook wel aardig. De blaffende zang klonk gekweld en het zware basspel mocht er absoluut wezen. Helaas gooide aanhoudende geluidsproblemen roet in het eten en de band stoorde zich zichtbaar aan. Ook voor het publiek was dit geen pretje, want het gitaarspel was eigenlijk nauwelijks te horen. Daarbij komt ook nog eens kijken dat Alaric nu niet de meest interessante songs schrijft. Er was voldoende variatie aanwezig en de toffe stijl maakt een hoop goed, maar net als bij Wretch kan het niet een uur lang blijven boeien. (S)

SubRosa

Als alles was gelopen zoals van tevoren gepland, dan had ik SubRosa eigenlijk nooit gezien. Ortega besloot ik over te slaan ten faveure van een live vraag-antwoord sessie met “Addi” en het beluisteren van de aankomende Sólstafir-plaat. Afgaande op de eerst helft van het album, is het bijbehorende oordeel dat Sólstafir er weer iets moois van heeft gemaakt, eveneens met een aantal verassingen. Afijn, dit alles duurde langer dan gedacht en even voor vijven (waardoor ik Vanum al had moeten missen) besloot ik dan toch maar de kant van de Main Stage uit te lopen, voor SubRosa.

SubRosa is iets unieks. De groep omschrijft zichzelf als Ancient Magickal Doom. En het is vooral “Magickal”. Doom metal met twee vioolspeelsters, het blijft wonderbaarlijk mooi. Voor deze gelegenheid, speelde SubRosa het meest recent verschenen For This We Fought the Battle of the Ages integraal. De plaat die zo geliefd is bij de Roadburn-organisatie en enkelen van hen bestempelde deze plaat als album van het jaar 2016. Verreikt met apocalyptische visuals op de achtergrond, baant de Amerikaanse band zich haar een weg door For This We Fought the Battle of the Ages, zonder ook maar aan kwaliteit in te boeten in vergelijking met de cd. Sterker nog, live is het nog zoveel mooier en gaver dan ook maar op cd. Klein smetje op de performance was echter het geluid dat nogal aan de zachte kant stond – niet voor het laatst dit weekend. Desondanks een prachtig optreden van een prachtige band. (D)

SubRosa

Unearthly Trance

Wat is Roadburn zonder een stevige sludgedoom band? Het antwoord is: niet compleet. Gelukkig had het Amerikaanse Unearthly Trance wel oren naar die vacature. Al vanaf het moment dat de heren hun instrumenten aansloegen was het alsof er een tsunami van geluid op je afkwam. De dreunende bas, de gruizige gitaar, het donderde drumwerk en de bulderende zang; allen wisten ze je volledig te overdonderen. De songs, waaronder enkele van het nieuwe Stalking The Ghost, waren logge sloopkogels die je trachten te hypnotiseren middels repetitieve riffs en dito opbouw. Zo nu en dan schurkte het behoorlijk aan tegen langdradigheid, maar gelukkig werd je ook geregeld weer bij de les gebracht middels lekkere solo’s of subtielere passages. Een hoogtepunt was het zeker niet, maar met een gedreven houding en loodzware sound leverde Unearthly Trance een redelijk optreden af. (S)

Rome

Van SubRosa direct naar Het Patronaat voor de Luxemburgse neofolk/martial industrial-artiest Jerome Reuter (Rome). Aldaar aangekomen, bleek het opvallend rustig voor een show in Het Patronaat. Gewapend met zijn akoestische gitaar en zijn sessiemuzikanten – waarvan de gitarist overigens een markante verschijningsvorm heeft a la een Jules Deelder. Tevens een aspect wat er ook weinig tot doet, want Rome staat live prima. De overwegend kalme, akoestische songs zijn mooi om naar te luisteren en doen menig toeschouwer even tot rust komen. Een zeer aangename afwisseling. (D)

Wolves In The Throne Room

Wolves In The Throne Room; ze waren er eventjes tussenuit, maar nu zijn ze weer terug. Ook Roadburn mocht opnieuw kennismaken met de cascadian blackmetal van het vijftal. Bij opkomst zag het er sfeervol uit. De rookmachine zorgde voor een dikke waas op het podium en de lichtshow en banners zagen er smaakvol uit. Wanneer de band eenmaal begon met spelen zat het goed met de energie, maar het geluid klonk twijfelachtig. Tijdens de rustigere stukken was het prima te doen en wist de band je effectief te vervoeren naar de prachtige landschappen met bossen en besneeuwde bergtoppen. Wanneer er echter een spervuur van blastbeats, tremoloriffs en screams op je afkwam, dan leek het dikwijls te verzuipen in de grote zaal. Ook ging langdradigheid de show parten spelen. Op plaat klinken de epossen weliswaar adembenemend, maar met dit matige geluid was het soms echt snakken naar het einde. Wolves In The Throne had een hoogtepunt moeten worden, maar bezorgde ondergetekend eerder een vroege Roadburn-out. (S)

Wolves in the Throne Room

Esben and the Witch

Hoewel ik Wolves in the Throne Room bijzonder graag had willen zien, ging mijn voorkeur toch uit naar Esben and the Witch. En daar heb ik geen seconde spijt van gehad. Want zonder twijfel was het optreden van Esben and the Witch het meest magische wat ik deze Roadburn heb gezien.

Met opener Sylvan, afkomstig van de laatste plaat Older Terrors, was het lot al bezegelt eigenlijk. Mooier kan het niet worden. De loep-, maar dan ook loepzuivere stem van Rachel Davies is één van de mooiste stemmen ooit. Punt. Sylvan begint bijzonder ingetogen en ontvouwt zich binnen tien minuten tot een prachtige climax, waar Rachel Davies a capella zingt: “Come with me to the the place, where the walls are weak. Come with me!” Kippenvel, all over.

Een lichte vorm van aandachtverslapping ontstaat dan toch even, gedurende de daaropvolgende songs. Niet omdat het niet boeiend genoeg is – in tegendeel zelfs – , maar omdat het buitenaardse niveau uit de openingstrack niet meer wordt behaald. Gelukkig komt daar verandering wanneer de band The Fall of Glorieta Mountain inzet, wellicht de meest ingetogen song die de band ooit geschreven heeft. Geen bass, geen zware drums; alleen een minimalistische gitaarmelodie en cymbalen. En in de spotlight uiteraard weer Rachel Davies. Zo waanzinnig mooi, zo zuiver, zo emotioneel. 700 man, compleet stil tijdens deze betoverende uitvoering van The Fall of Glorieta Mountain. Again, kippenvel all over en zelfs enkele tranen komen tevoorschijn.

Eerder beweerde ik al dat het optreden van SubRosa prachtig was, maar Esben and the Witch overtrof dat gemakkelijk op alle fronten. Beste optreden van de dag, en eveneens één van de besten van het weekend. (D)

Sfeer tijdens de eerste dag van Roadburn

Gnod

De artist in residence van 2017 was de experimentele psych-band Gnod. Deze Britten zouden maar liefst vier optredens geven op Roadburn, waarbij ze steeds andere gedaantes zouden aannemen. Hun donderdag performance stond in het teken van hun meer elektronisch gerichte werk en dat was te zien. Er waren geen instrumenten te bespeuren, maar wel een hoop snoertjes, panelen en één microfoon. In deze opzet bedolf het vijftal het publiek met een deken van drone, ambient en noise, gecompleteerd met strenge vocalen. De composities waren hard, minimalistisch en brachten een effectief een duistere sfeer over. Het was zeker niet voor iedereen weggelegd, maar Gnod liet desondanks een sterke indruk achter. (S)

Coven

Zoals gebruikelijk had Roadburn ook dit jaar weer een grote primeur te pakken waar veel hype omheen hing. In het geval van Coven was dat wel zo begrijpelijk. Zo’n beetje iedere occulte rockband is namelijk schatplichtig aan dit psychedelische gezelschap rondom Jinx Dawson. Dat niet alleen, in hun bijna 50-jarige bestaan hebben ze nooit eerder voet gezet op Europese grond.

De show begon opzienbarend, met Jinx die in vol ornaat een doodskist uitstapte. Helaas was dit het enige visuele vermaak dat de show opleverde, want Coven bestaat uit een stel houten klazen. De muziek daarentegen – ondanks een haperende gitaar – stond als een huis. De huurlingen speelden hun partijen prima, zij het veel zwaarder dan de originelen. Jinx was redelijk bij stem, maar er is wel sleet op haar stembanden gekomen. Gek genoeg droeg dit juist bij aan de cheesy, occulte atmosfeer, want hierdoor leek het soms alsof een heks met krakende stem op het podium stond. Het optreden werd echter vooral gedragen door de songs, want die hebben de tand des tijds opvallend goed doorstaan. Vooral de satanische psych-songs van het debuut, Witchcraft Destroys Minds & Reaps Souls, zoals Wicked Woman en Black Sabbath hebben niets aan aanstekelijkheid ingeboet. Al met al: erg tof om gezien te hebben, al was het alleen maar om de exclusiviteit en de achterliggende historie. (S)

dälek

En dan de volgende primeur. Met dälek heeft Roadburn zijn eerste hiphop act ooit binnen, en dit zorgde voor veel bekijks. Buiten het Patronaat stond een lange rij en binnen was het stampvol. Volledig terecht, want dälek maakt alle verwachtingen waar. De mengelmoes van hiphop, shoegaze, industrial, noise en triphop vertaalde zich naar ijzersterke geluidscollages die op smaak werden gebracht met vette basbeats, het gescratch van DJ rEk en de raps van MC dälek. Laatstgenoemde verdiend een pluim voor zijn flow die zowel agressief als ingehouden klinkt.

Het trio zette een ambiance neer die kil en beklemmend was, maar stond ondertussen erg bezield op het podium. Deze energie sloeg ook over naar het publiek dat onvermoeid bleef veren op machtige tracks als Eyes To Form Shadows. Het enige waar je dälek van kunt beschuldigen is dat de songs weinig variatie kennen en dat er dus constant hetzelfde kunstje wordt herhaald. Gelukkig beheersen de heren dit kunstje dusdanig goed dat het nauwelijks iets uitmaakt. Dit was namelijk een van dé hoogtepunten van de dag. Kortom: een meesterzet van de organisatie die hopelijk de deur opent voor groepen als Death Grips, Obnox of misschien zelfs Portishead. (S)

Suma

The Devil and the Almight Blues

Via een nummertje Coven en een kwartiertje de noise/doom van Suma, dat overigens waanzinnig en lekker hard was, was het wachten op The Devil and the Almighty Blues. Deze Noren spelen, het zal geen verassing zijn, heavy blues rock. Zelfs zo heavy, dat blijkbaar sommigen het nodig vonden om een kleine pit te starten in Extase. Of zat hem dat in de energie van dit gezelschap? Hoe dan ook, in het zonnetje het onlangs verschenen II, was het vooral lekker losgaan op de aanstekelijke melodieën en genieten van het gitaarwerk van de twee heren gitaristen. Of even wegdromen op de outro van Low, dat zich daar uitstekend voor leent. Bovenal was het dik in orde van deze band, dat over een stel uitstekende muzikanten beschikt. Fijn. (D)

Deafheaven

Deafheaven zal altijd discussies opleveren, maar op Roadburn was dat onnodig. De Amerikanen snoerde namelijk alle puristen de mond. Dankzij het onvergeeflijke tijdschema misten we helaas het eerste kwartier, maar toch deed dit niet af aan de beleving. De band was namelijk goed op elkaar ingespeeld en bovendien gewapend met een uitstekend geluid. Hierdoor kwam de mengelmoes van shoegaze/post-rock en blackmetal goed tot zijn recht in de grote zaal. Opvallend was ook hoeveel beweging er plaatsvond, met name van George Clarke. De frontman dirigeerde al stuiterend zijn band tot grootste hoogtes en keek verbeten tijdens zijn schelle shrieks. Zijn bewegingen waren vrij aanstellerig, maar een stijve hark was hij in ieder geval niet. En mocht je er nu wel aan storen, dan kon je gewoon de ogen sluiten en wegdromen bij prachtsongs als Dream House en Sunbather. En laten we ook zeker het hoogtepunt niet vergeten: Cody, een Mogwai-cover die Deafheaven zich volledig eigen maakte. (S)

Deafheaven

Bongzilla

We sluiten af met Bongzilla, dat voor de gelegenheid zijn derde album, Gateways, integraal vertolkte. Wie bekend is met dit viertal weet dat het hier een van de meest smerige stoner-bands ooit betreft, een status die ze moeiteloos waar te maken. De zompige riffs, het keiharde geluid, de fuzzy bas, de schorre schreeuw van Michael ‘Muleboy’ Akela, het slordige spel; het klonk allemaal schijtlelijk, maar wel supergaaf. De Amerikanen wisten met hun lompe grooves en traag opgebouwde songs de toeschouwers zowel te vermorzelen als bedwelmen. En over dat laatste gesproken: wiet vormde uiteraard een rode draad voor het optreden. Zowel publiek als de band stak regelmatig een jointje op, en Muleboy raakte maar niet uitgepraat over zijn favoriete drug. Daarnaast gaven de groene belichting, vintage videobeelden en songtitels als Hash Dealer het natuurlijk ook weg. Deze heren houden niet van marihuana, ze aanbidden het! Beetje infantiel soms, maar het droeg wel bij aan de vunzige, trippy sound die gaandeweg steeds meer ging hypnotiseren. Roadburn had zich geen betere afsluiter kunnen wensen voor de donderdag. (S)

Bongzilla