Live: Roadburn 2017 – Vrijdag 21 April

Roadburn is een fenomeen op zich. Het festival slaagt er als geen ander in om verschillende uithoeken van het zwaardere genre samen te brengen tot één coherent geheel. En dat niet alleen, vele bands maken geven graag net dat beetje extra of komen verrassend uit de hoek met unieke performances. In het derde weekend van april was daar alweer het hoogtepunt van het jaar op muzikaal gebied. Murmure trok drie man sterk naar Tilburg om verslag te doen. Met speciaal aandacht voor de vrijdag in dit verslag.

Tekst door: Sinan en Daniël

Foto’s door: Jurgen van Hest

Atala

We beginnen de dag vroeg in de Extase met Atala. Dit drietal uit Twentynine Palms, Californië speelt sludge metal, maar dan met een progressieve/psychedelische inslag. Beeld jezelf een mix in van Mastodon, My Sleeping Karma en Crowbar, en dan krijg je wel een goed beeld. Afijn, spelen kunnen de mannen zeker, al was het niets uitzonderlijks. De ritmesectie was solide, het gitaarwerk lekker om op te knikkebollen en de zang klonk degelijk. Ook qua schrijfsels ontsteeg Atala de middenmoot niet. Alles was weliswaar prima geschreven, en doordat de band regelmatig wisselende tussen hardere en meer spacey songs was er genoeg variatie aanwezig. Dat doen de heren dus goed. Wat ze echter missen is de x-factor. Niets was namelijk memorabel of onderscheidend aan dit optreden. Het spreekt dan ook boekdelen dat het vrij rustig was in de normaal bomvolle Extase. (S)

Schammasch

De aftrap van de tweede dag van Roadburn geschiedde voor mij in Het Patronaat, daar waar Schammasch zijn epos Triangle integraal zou vertolken. Een show van bijna twee uur, verdeeld in drie delen. De eerste 35 minuten stonden in het teken van de eerste schijf van Triangle. Opvallend was direct hoe goed het geluid stond afgesteld in het propvolle Patronaat. En dit bleef de gehele set zo. Sowieso is een goed geluid niet geheel onbelangrijk, maar al helemaal niet als de sound van de band drie gitaarlagen diepgaat, waarin bij wijlen ook nog eens technische elementen een rol spelen. Dik pluspunt alvast.

Toch lagen de verwachtingen achteraf gezien iets te hoog. Een belangrijk aspect in black metal, is toch wel sfeer. En laat het dat nu zijn waar het voornamelijk aan ontbrak. Hoewel de Zwitserse formatie gekleed was in lange gewaden en door middel van kaarsen en wierook aan andere sfeerverhogende middelen werd gedaan, werkte het niet helemaal. Dat had deels ook te maken met het feit dat de band op klaarlichte dag mocht aantreden; ongeveer de enige keer dat de setting van Het Patronaat niet in zijn voordeel werkte. Schaars hoogtepuntje in de set was tot slot nog Metanoia in het tweede deel, een track die toch behoorlijk boven de andere songs van de Zwitsers weet uit te steken. Uiteindelijk doofde het optreden van Schammasch letterlijk als een nachtkaars uit, met de langdradige ambient-set van Triangle. Leuk voor in de kleine uurtjes, maar duidelijk niet voor nu. (D)

Schammasch

Magma

Het zal weinig mensen zijn ontgaan dat de taak van curator dit jaar was toebedeeld aan Baroness frontman John Dyer Baizley. Een prima keuze volgens ons. Niet alleen vanwege zijn muzikale verdiensten, maar ook omdat de door hem uitgepikte bands de moeite meer dan waar bleken. Zo ook de eerste band van zijn vrijdag-event, Magma.

Magma is blijkbaar gewild onder curators. In 2014 ontving dit legendarische ensemble al een uitnodiging van Opeth’s Mikael Åkerfeldt, maar ook Baizley had ze naar verluid hoog op zijn verlanglijstje staan. Begrijpelijk, want Magma’s Zeuhl stijl – een soort mix van o.a. jazz-fusion en progrock, is uniek. De composities van dit achtkoppige monster waren lang van aard en werden gekenmerkt door repetitieve structuren, een buitenaardse ambiance en muzikaal vakmanschap. De strakke drumritmes en spacey synths klonken bijvoorbeeld erg goed. Meest imposant echter, waren de geflipte koortjes die in de kunsttaal Kobaïaans werden gezongen. Het was bijna griezelig hoe goed de drie vocalisten op elkaar waren afgestemd. Het was niet makkelijk om precies te bevatten wat er precies op je afkwam, zoveel is zeker. Maar dankzij een sterke opbouw en nóg beter samenspel wist Magma te intrigeren en uiteindelijk zelfs hypnotiseren. Ik had dan ook graag willen zien waar dit schouwspel zou eindigen, maar helaas stond het tijdschema dat niet toe. (S)

True Widow

True Widow is mogelijk een van de meest onderschatte bands van dit moment. Gelukkig weet het Roadburn-publiek deze groep wel op waarde te schatten en zodoende zat de Green Room propvol. De aanwezigen werden zeker niet teleurgesteld, want het werd een prachtoptreden. Al bij opener Sunday Driver was het gelijk raak. Het geluid stond uitstekend afgesteld, waardoor de sobere stonegaze sound (shoegze + stoner) uitstekend uit de verf kwam. Puur genieten was het om elementen als de diepe bas, het fuzzy doch kalme gitaarspel en de melancholische zang van Dan Phillips te mogen meemaken. Het klonk allemaal zo fraai dat zelfs probleempjes als een gebroken snaar en een haast uit elkaar vallend drumstel geen roet in het eten konden gooien.

Een ander groot pluspunt was de gebalanceerde setlist, waarin elk album van dit trio aan bod kwam. Van de beginperiode tot aan het vorig jaar uitgebrachte Alvogere. En op een meer persoonlijke noot: er werd ook veel gespeeld van het onvolprezen Circumambulation, waaronder sterke vertolkingen van Numb Hand en Four Teeth. Die laatste was overigens een van de weinige songs waarop bassiste Nicole Estill meezong, en dat mag ze zeker vaker doen. De samenwerking tussen de meer nasale Phillips en haar luchtige vocalen was fantastisch en kwam veel te weinig langs. Maar dat is een kleine kanttekening voor een optreden dat bestempeld mag worden als een van dé optredens van het festival. In ieder geval mijn favoriete van de dag. (S)

Oathbreaker

Hype, hype, hype. Maar de hype rondom Oathbreaker is behoorlijk terecht naar onze mening. En dat Oathbreaker op dit moment behoorlijk populair is, bleek ook aan de bijna 3.000 aanwezigen die bij de Main Stage aanwezig waren voor de Belgische formatie.

Aanvankelijk had ik het onderbuikgevoel dat de band zou verzuipen op het grote podium en toen de band aanving met het duo 10:56/Second Son of R., vreesde ik dat mijn gevoelens leken te kloppen. Het geluid stond behoorlijk aan de zachte kant en de screams van zangeres Caro Tanghe waren allesbehalve overtuigend. Maar naar mate de set van de Belgen vorderde, kwam Oathbreaker steeds beter in zijn element te zitten. Het blijft waanzinnig mooi hoe chaotisch en agressief de band op het ene moment is, en op het andere moment compleet breekbaar, wat menig toeschouwer deed verstommen. Uiteindelijk hoogtepunt was het tweeluik Needles In Your Skin en Immortals. Behoorlijk jammer dat het optreden er daarmee tevens opzat. (D)

Chelsea Wolfe

Vorig jaar was ze een gastmuzikant tijdens de Blood Moon set van Converge, dit jaar maakte ze de lang verwachte terugkeer met haar soloband. Ik heb het uiteraard over Chelsea Wolfe, de dame die in korte tijd menig harten wist te veroveren met haar duistere neofolk. Geopend werd er met Feral Love en hiermee bewees ze dat de hype zeker niet onterecht was. Er werd uitstekend gemusiceerd, maar het was uiteraard Chelsea die de aandacht opeiste met haar beladen zang. Verder stond het geluid mokerhard afgesteld en was de lichtshow intens met veel sombere kleuren en felle flitsen. Kortom: het was een vrij sfeervolle bedoening. De nadruk lag op het laatste album, wat natuurlijk een logische keuze was. Abyss is immers haar meest heavy album, met invloeden vanuit gothic, doom, drone en industrial. Heftige nummers als Carrion Flowers en het fantastisch opgebouwde Survive misstonden dan ook niet op Roadburn. Toch waren iets meer folksongs uit de begindagen ook zeker welkom geweest, al was het alleen maar om iets meer diversiteit te scheppen. Desondanks kon Chelsea Wolfe zeker bekoren. Van mij had ze zelfs wat later mogen spelen. (S)

Chelsea Wolfe

SubRosa (Subdued)

Onder het moto: nu we er toch zijn, pikken we ook een stukje mee van SubRosa. Bij binnenkomst in het Patronaat keek ondergetekende toch wel vreemd op. Ik hoorde namelijk muziek, maar zag niemand op het podium staan. Toen ik dichterbij kwam bleken de  bandleden allemaal op een krukje te zitten. Daar had toch iets beter over nagedacht kunnen worden, want op het lage podium kon je de band alleen zien als je praktisch vooraan stond.

Dit was het tweede optreden van SubRosa op Roadburn 2017. Waar de eerste show in het teken stond van For This We Fought The Battle Of Ages, daar was dit andere koek. De band speelde namelijk een speciale set genaamd: SubRosa Subdued. Hierin werd de experimentele sludgedoom van dit vijftal in een ingetogen jasje gestoken. De aandacht lag dan ook vooral op de mooie vioolpartijen en emotionele vocalen. Hoewel deze zachtere versies van o.a. Cosey Mo zeker mooi klonken, waren er toch momenten waarop de zware riffs en dynamiek werden gemist. Een nummer dat hier echter geen last van had was Mirror. Dit folkrock oudje klonk dankzij de prachtige samenzang van de drie zangeressen namelijk adembenemend. Woorden schieten haast tekort om te omschrijven hoe mooi het klonk. Als de hele show nou zo klonk, dan zou dit de boeken in zijn gegaan als een legendarisch optreden. Nu was het vooral een leuk experiment, waar nog zeker aan gesleuteld moet worden.

Een ding verdient nog een negatieve vermelding: het publiek. Bij dit soort sfeervolle muziek is volledige stilte een vereiste, maar helaas werd er de hele tijd gepraat. Heel erg on-Roadburn als je het mij vraagt. (S)

Amenra

Geen Roadburn-editie zonder Amenra, geen editie geleefd. De sludgemetalband stond alweer voor de zoveelste keer op het festival, maar leek nauwelijks aan populariteit af te nemen. Ditmaal was de groep onderdeel van de curatie van John Dyer Baizley. In een volgepakte Grote Zaal overtuigde Amenra zoals het dat altijd doet. Hard en vol emotie. Dat Scott Kelly en John Dyer Baizley uiteindelijk meededen in slottrack Nowena, was nog een mooi extraatje aan een toch al prima optreden. Verder geen verassingen; gewoon een uitstekende show. Zoals dat Amenra betaamt. (D)

Amenra

Whores.

Hoeruuuh! Tja, dat is het soort respons dat je kunt verwachten wanneer je een band genaamd Whores. boekt. Alle ongein verdween echter als sneeuw voor de zon toen het drietal begon. Godskolere, wat maken deze gasten een heerlijk potje lawaai. Voor de nieuwsgierigen: Whores. speelt noiserock met flinke sludge-elementen. Spil van de band is frontman Christian Lembach die met zijn rauwe schreeuw en messcherpe riffs flink imponeerde. Dit in combinatie met de stevige ritmesectie zorgden voor een sound waarbij termen als intens en snoeihard understatements zijn. Bewonderenswaardig was ook de hoeveelheid energie die loskwam in de zaal. De opgefokte bandleden waren constant in beweging en uiteraard sloeg deze vonk over naar het uitzinnige publiek. Maar goed ook, want stiekem hadden de songs niet zo gek veel om het lijf (lees: naar verloop van tijd veel van hetzelfde). Dit optreden werd puur en alleen gedragen door het verbluffende geluid en de energieke performance. Het publiek lustte er echter pap van, dus wie ben ik om dat tegen te spreken. Ook zonder uitzonderlijk songmateriaal maakte Whores. een frisse indruk. (S)

Naðra

Naðra leverde vorig jaar een behoorlijk rauw, energiek en overtuigend optreden af in het kleine Extase. Toen als onderdeel van de grootschalige IJslandse blackmetalinvasie onder aanvoering van Misþyrming. Nu is sowieso niet heel vreemd dat wanneer Misþyrming aanwezig is, dat ook Naðra in de buurt is, want vier van de vijf leden van Naðra vormen samen Misþyrming. Als een soort wiskundige formule, die vrij treffend opgaat, zou een dag later blijken. Afijn, nu eerst Naðra.

Bij het binnenlopen van Het Patronaat, bleek de band al even bezig te zijn, want de IJslanders waren tien minuten eerder aangevangen dan op het tijdschema vermeld stond. Afgelopen jaar was het optreden van Naðra, naast rauw en energiek, ook behoorlijk spontaan en dat betekende dat er af en toe weinig structuur in zat. Dit jaar was er wat meer structuur van de IJslandse band te bespeuren, met diverse interludes in de vorm van klassieke, doch epische muziek en werd er over het algemeen sowieso strak gemusiceerd – maar daarom niet minder energiek.

De aandacht rondom IJslandse black metal is daarnaast allesbehalve afgenomen, getuige de vele Misþyrming-shirts deze editie van Roadburn en het feit dat naast Naðra, ook Auðn en Zhrine act de presence gaven dit jaar, en dat was ook nog eens te merken aan de langzaamaan toenemende drukte voor Naðra. Louter gingen de vele hoofden op en neer in Het Patronaat en na afloop volgde dan ook een hoop gejuich en een krachtig applaus voor Naðra. Dik verdiend. En bovendien rees daarmee de vraag: waar gaat het succes rondom de IJslandse blackmetal stoppen? (D)

Naðra

Zeal & Ardor

Zeal & Ardor. Er zullen er nog maar weinig zijn die inmiddels nog niet van deze band hebben gehoord. Rondom de Zwitserse muziekgroep heerst momenteel een gigantische hype en dat was aan de dikke rij te zien die voor aanvang van het optreden bij Het Patronaat stond. De verhalen doen de ronden dat deze tot aan de Cul de Sac stond. Afijn, gelukkig waren wij al ruim voor aanvang binnen om de groep aan het werk te zien.

Om toch nog even terug te keren op de hypefactor van Zeal & Ardor; het is simpelweg buiten alle proporties. De band heeft nog maar nauwelijks live opgetreden en heeft tot zover ook pas één ep op zijn naam staan, die allesbehalve coherent is. Toch werkt de combinatie tussen black metal, blues en tig andere muziekgenres waanzinnig goed en duidelijk is dat er velen meer over denken. Bovendien kon men al middels een livevideo van het Zwitser radiostation Couleur 3 zien en horen hoe de Zwitsers live klinken en dat is vrij indrukwekkend. In het sfeervolle Patronaat waar het geluid doorgaans goed is, kon het al bijna niet meer misgaan. Zou je denken…

Totdat de PA tweemaal toe uitviel! Iets na ruim halverwege de set, waarin zowel nummers passeerden van de ep Devil Is Fine, als een aantal nieuw geschreven nummers, sloeg het noodlot toe tijdens Children’s Summon. “Dat krijg je, wanneer je Satanische muziek in een kerk speelt”, grapte Marcel Gagneux, en kreeg daarmee de lachers op zijn hand. Na even keerde de band terug op het podium, om de te set een vervolg te geven, maar eveneens zonder succes – weer kapte de PA ermee. Het publiek nam het heft in eigen hand en zette zelf alvast de kraker Devil Is Fine in, waarna Marcel Gagneux zelf ook inviel. Ondanks de omstandigheden, wat een heerlijke sfeer! Gelukkig was driemaal scheepsrecht en met nog een nieuwe song, Don’t You Dare en nogmaals Devil Is Fine sloot Zeal & Ardor het enerverende optreden af.

Tijdens de nummers die wel werden gespeeld, en dat was gelukkig het merendeel, stond de Zwitserse muziekgroep uitstekend te spelen. Met louter klasse muzikanten op het podium wil dat ook weinig anders. Toch moet eerlijk bekend worden: het geluid was niet altijd even best. De gitaarlijnen verzopen bij wijlen in de drums en bas en dat is toch enigszins spijtig. Het had nog zoveel beter zijn, maar desondanks was dit een van de meest memorabele Roadburn-optredens die ik heb meegemaakt. Zeal & Ardor: “We love you!” (D)

Zeal & Ardor

Perturbator

Het Patronaat wordt afgesloten met misschien wel de meest gewaagde boeking van het festival, Perturbator. Dit project van de Fransman James Kent maakt namelijk muziek die je misschien eerder zou verwachten in een danceclub dan op een underground metalfestival. Gelukkig was ook dit experiment net als dälek een schot in de roos. De zaal zat wederom propvol en de rijen voor de zaal waren lang. Helaas werd het publiek wel danig op de proef gesteld. De geluidsproblemen die tijdens Zeal And Ardor ontstonden waren nog steeds niet verholpen en zodoende startte de show pas 20 minuten later.

Toen de show eenmaal begon gingen de voetjes echter wel behoorlijk van de vloer. En met goede reden: de retro-futuristische synthwave van Pertubator klonk namelijk vet! Kent heeft zich overduidelijk laten inspireren door de muziek van John Carpenter en cyberpunkfilms als Akira, maar gooit het zelf op een iets stevigere boeg. De deuntjes waren doorspekt met een donkere, neongetinte atmosfeer, maar vielen daarnaast ook dikwijls op vanwege hun tomeloze energie. Pompende beats en 80’s synth-partijen vierde hoogtij hier. Tel er een vette lichtshow bij op en dan is het feestje compleet. Ondanks dat de vermoeidheid er tegen het einde flink begon in te sluipen, en dat de songs meer van hetzelfde bieden, hield Perturbator de aandacht van zijn publiek vast. Zodoende werd er rond half drie, middels Perturbator’s Theme, een sterk einde aan de show gebreid. Nogmaals, het was een gedurfde set van roadburn om iets als dit te boeken, maar zeker voor herhaling vatbaar. (S)

Perturbator

Auðn

Er gaat niets boven IJsland. Behalve Groenland dan. Maar dat zijn slechts details. Zoals ik al beschreef bij Naðra, is er een ware invasie van IJslandse (black)metalbands gaande, en daar is Auðn deel van, al vormen ze toch een soort buitenbeentje. Dat zit hem enerzijds in de uitstraling, de heren zijn keurig in het pak gehuld, en anderzijds is de muziek lichter verteerbaar dan bijvoorbeeld een Naðra en Misþyrming. Maar dat maakt niet dat de band er minder om musiceert. Vol energie sluit de atmosferische blackmetalband, doorspekt met een flinke dosis melodie overigens, de dag af in Extase. Afleidende uit de publieksreacties, waren wij allen de mening toegedaan dat Auðn een prima optreden afleverde. Strak, energiek en bijzonder sfeervol. En daarmee kwam er een einde aan een drukke, doch uitstekende Roadburn-dag. (D)