Incubate – 11/12/2016 – Tilburg

Incubate heeft er een bewogen periode opzitten. Het festival is sinds 2005 uitgegroeid tot een vaste waarde binnen het undergroundcircuit. Ieder jaar wist de organisatie vele experimentele bands en kunstenaars naar Tilburg te trekken. Helaas kwam er begin 2016 aan het licht dat het festival kampte met organisatorische én financiële problemen, met als gevolg een nieuwe opzet. Niet langer duurt het festival een week, maar is het opgedeeld in drie kleinere edities. Een in mei, september en tenslotte december. Murmure was aanwezig bij laatstgenoemde, op zondag 11 december welteverstaan. Het zou een gedenkwaardig dagje blijken.

Alle foto’s door Jurgen van Hest.

We beginnen het avontuur in V39 met 3 ((0)) ((0)) ((0)) ((0)) M((O))NKIES, een zijproject van de Belgische stoner/sludgeband 30.000 Monkies. Deze groep speelt dronemetal, waarbij alle welbekende genrekenmerken langskomen. Denk aan loodzware riffs, repetitief spel, hemeltergend slome tempo’s, gekwelde vocalen en natuurlijk veel feedback. De band leverde een imposante sound, maar kleurde behoorlijk binnen de lijntjes van zijn genre. En dat terwijl er zeker potentie was voor meer geëxperimenteer. Zo stonden er maar liefst vier gitaristen op het podium, twee bassisten en werd er soms ook gebruik gemaakt van een synthesizer. Boeiende muzikale momenten leverde het echter niet op. Vreemd genoeg gold juist het tegendeel voor het visuele aspect. Alle bandleden droegen een gekleurde monnikspij, waardoor er een menselijke regenboog op het podium stond. Daarbij hadden ze een confettiblazer meegebracht, die de vloer volledig bedolf. Deze kleurrijke presentatie sloeg zo haaks op de gitzwarte muziek dat het stiekem erg boeiend was om naar te kijken. Als de muziek nu net zo interessant was geweest, dan had dit zomaar een hoogtepunt kunnen zijn. Nu was het slechts oké.

get link Zoals gebruikelijk stonden er ook dit jaar weer veel ambient en drone projecten geprogrammeerd op Incubate. Eentje daarvan was het Nederlandse Optical Machines dat mocht aantreden in de toepasselijke genaamde nachtclub De Nacht. Dit duo staat bekend om zijn audiovisuele shows die ter plekke worden geïmproviseerd. Klinkt interessant, maar in de praktijk viel dat mee. De drones leverden weinig boeiende klanken af en waren zelfs voor genrebegrippen minimalistisch. Het viel nog het beste te omschrijven als een draaiende wasmachine met wat ruis. Rustgevend, maar niet zo sfeervol als gehoopt. De visuals waren iets interessanter, met veel kleuren en vervormingen, maar ook hier moet ik zeggen: ik heb het weleens beter gezien. En verder valt er niet veel over te vertellen. Het was noch goed, noch slecht. Abstract is eigenlijk de enige juiste term om Optical Machines te omschrijven.

go to site Op naar jazzclub Paradox voor Deutsche Ashram. Laat je niet foppen door de naam, want deze band komt gewoon uit Amsterdam. Het duo, bestaande uit zangeres Merinde Verbeek en gitarist Ajay Saggar, maakt dreampop met invloeden vanuit indie-, noiserock- en industrial-hoeken. De overeenkomsten met bijvoorbeeld Cocteau Twins lagen er dik bovenop, al helemaal door de mooie, emotionele zang van Merinde. Tegelijkertijd had het ook een gruizig randje à la My Bloody Valentine dankzij het met effectpedalen ondersteunde gitaarspel. Over de bas en drums valt minder te vertellen, daar beide bestonden uit simpele loops die vanuit een laptop kwamen. Bij een mooi sound horen echter ook goede songs en ook dit leverde Deutsche Ashram. Het is weliswaar (nog) niet van wereldniveau, maar toch kwamen er een paar prachtige, etherische songs langs met een sterke opbouw. Vooral afsluiter Little Matter klonk als een dijk met zijn kille industrial drums. Na dit optreden kan ik dus met een gerust hart zeggen: houdt dit veelbelovende bandje in het oog!

Snel terug naar De Nacht, nu voor R. De Selby. Deze beste man mixt folk en blues met drone, en doet dat op uitstekende wijze. Gewapend met slechts een akoestische gitaar en effectpedalen bracht hij uitgesponnen composities ten gehore die repetitief doch erg mooi klonken. Selby is een snarenplukker pur sang en gebruikte vrijwel al zijn vingers om zijn instrument te bespelen. Dit in combinatie met de vele loops en effecten zorgde ervoor dat de muziek, ondanks zijn gestripte aanpak, veel lagen bevatte. Perfect was het echter niet, want het wilde nog weleens te lang door kabbelen. Daarbij kwamen er tegen het einde ook een paar schoonheidsfoutjes langs in het spel van Selby. Saai werd het echter nooit en zo wist de rossige gitarist je met minimale middelen in vervoering te brengen.

click Vervolgens trekken we richting Paradox voor het Nederlandse Loud Matter, het elektronica/drone project van visuele kunstenares Marieke Verbiesen. Zij wordt telkens vergezeld door andere muzikanten en deze keer waren dat elektronica artiest Monodeer en drummer Gerri Jäger. Tezamen creëerde dit trio een show waarin video en geluid elkaar op een interessant manier troffen. De muziek was een mix van elektronica en industrial met daarbovenop een 8-bit chiptunesaus. Dit laatste komt op het conto van Monodeer, gezien hij zijn geluiden vooral haalt uit een gehackte gameboy. Er vielen dus veel nostalgische bliepjes en bloepjes te bekennen, maar toch wist hij er een volwassen, donkere sound uit te smeden. Wat hieraan bijdroeg waren de live drums die het geheel een zwaarder randje meegaven.

go to site Ook op het gebied van composities maakte Loud Matter indruk. Niet alleen bruiste het met atmosfeer en melodie, maar de opbouw was meesterlijk. Er werd steeds toegewerkt naar een boeiende climax en hierdoor bleef het ten alle tijden interessant. En dit gold net zo goed voor de videobeelden. Deze bestonden uit een lange stopmotion film die ter plekke werd gemaakt met behulp van huishoudelijke artikelen en voedsel. Klinkt niet uitzonderlijk spannend, maar toch wilde je steeds zien waar het naar toe ging. Daarbij ontstond er ook een interessant contrast tussen de machinale toon van de muziek en de meer organische beelden. We hoeven er niet geheimzinnig over te doen; Loud Matter was op zeker een van de hoogtepunten van Incubate.

Na dit bijzondere optreden gaan we snel naar 013 voor Thaw. Nouja, de laatste twintig minuten ervan dan. Deze Poolse band speelt black/drone metal met de nodige noise en ambient invloeden. Of in simpelere termen: keiharde, gitzwarte herrie, maar dan wel van het soort dat we graag horen. De composities waren niet bijster memorabel, aangezien vrij weinig is blijven hangen. Dit werd echter goed gemaakt met hoe imposant alles klonk. Het drietal beukte zich door zijn set heen met loodzware riff, ijzingwekkend geschreeuw en venijnige distortion. Voor dit soort optredens zijn oordoppen uitgevonden. Ook visueel maakte Thaw indruk daar ze een rookmachine tot hun beschikking hadden die flinke overuren maakte. Met als gevolg een nevelige sfeer. Oerdegelijk optreden.

Eigenlijk was het de bedoeling om doom metalband Monolithes aan het werk te zien, maar door geluidsproblemen tijdens de soundcheck liep dat anders. Zodoende keren we wederom terug naar Paradox waar de Franse Jazzcoreband Alfie Reyner speelde. Met een term als jazzcore weet je al wat er te wachten staat: neurotische taferelen met technisch vernuft. Bij binnenkomst was de band al bezig en toonde gelijk zijn klasse. De gitaar, contrabas en drums legden een strak fundament neer, waarop frontman Paco Serrano helemaal los kon gaan met zijn saxofoon. Uiteraard klonk het vrij geschift, al ging het nooit de pure free jazz kant op. Er was sprake van een duidelijke songstructuur en dat werkte verdomd goed.

Het was gelukkig niet de laatste song waarin het viertal indruk maakte, want er stond nog meer moois in petto. Bijvoorbeeld de songs waarin Paco de sax neerlegde om vervolgens te gaan zingen. Niet alleen gaf dit de andere bandleden de kans om hun talent te tonen, de spervuur vocalen van Paco waren ronduit imposant. Bij weer een ander nummer pakte de frontman een verkeersfluitje en wekte hij daarmee een ongemakkelijk gevoel op. Het was doordringend en liet je voelen alsof je naar een corrupte politieagent stond te kijken. Dit soort elementen, en ook de vele samples, gaven de sound iets meer diepte. Toch viel er een grote kanttekening te plaatsen.

Voor grootste gedeelte hanteerde Alfie Reyner een vlot tempo, maar soms werd er gas teruggenomen en hier viel het door de mand. Deze rustigere momenten waren teveel van hetzelfde, niet interessant opgebouwd, gewoon saai dus. Dit vormde toch wel een smet voor een optreden dat verder kan worden omschreven als uitstekend en inventief. Ruimte voor verbetering dus.

Al met al staan er heel wat vreemde bands op Incubate, maar VMO (Violent Magic Orchestra) maakte het wel heel bont. Wat zeg ik; deze knotsgekke Japanners zette de Little Devil volledig op stelten. Visueel was het al vrij bijzonder. De geschminkte heren en dame traden op in het pikkedonker, met slechts een videoscherm en twee felle flitslampen die op desoriënterende wijze verlichting gaven. Ook op het podium viel er veel te beleven, daar de band een ‘danser’ had meegenomen. Deze beste kerel voegde muzikaal geen ene pepernoot toe, maar met twee zaklampjes, verbeten gelaatstrekken en zijn neiging het publiek in te springen maakte hij er een onvoorspelbaar schouwspel van.

Aan de muziek viel al net zo min een touw vast te knopen. Gekwelde screams, hyperactieve tempo’s, ijle toetsen, uitzonderlijk gruizige elektronica, verrassend veel melodie; het is kleine greep van wat er allemaal op je afkwam. Het omschrijven van de sound is dan ook een zware taak. Het valt nog het beste te omschrijven als een mix tussen black metal, techno, industrial, noise en post rock à la Mono.

Op papier klinkt dit als een rommelig ratjetoe en dat is het ook wel, maar toch mixt het allemaal op natuurlijke, zo niet artistieke wijze. Iedere song was memorabel opgebouwd en heerlijk experimenteel. Het vreemde bandgeluid was absoluut geen kunstje maar een uiting van eigenzinnige muzikanten die hun bloed, zweet en tranen gaven.

Dus laten we het nog even allemaal opsommen: originele sound, interessant songmateriaal en een intense, visuele podiumpresentatie. Jup, dit optreden had alles. Onze fotograaf noemde VMO een van dé revelaties van Incubate 2016 en daar heeft hij volkomen gelijk in. Alleen jammer dat het zo kort was.

We haasten ons vervolgens naar 013 waar de Japanse grootmeesters van Boris hun opwachting maakten. De verwachtingen lagen hooggespannen en dat was niet vreemd, want het optreden stond in het teken van Pink. Het album dat onlangs zijn tienjarig jubileum vierde; en Incubate was gelukkig genoeg om deze speciale aangelegenheid te strikken. Ondanks een aanvankelijk matig geluid, wist het trio gelijk aan de verwachtingen te voldoen. Het was zonneklaar dat de band in uitstekende vorm stak en er bovendien zin in had. Drummer Atsuo Mizuno ramde met veel fanatisme, terwijl hij ondertussen het (tamme) publiek opjutte. Frontman Takeshi Ohtani was al net zo gedreven en spuwde zijn teksten krachtig uit. Niet altijd loepzuiver, maar wel vol overtuiging. Gitariste Wata was een meer stoïcijnse verschijning, maar muzikaal onmisbaar met haar scheurende solo’s en vette riffs. Heel tof was ook het dikke rookgordijn op het podium dat er voor zorgde dat de bandleden er als mystieke schimmen bijstonden. Dezelfde rookmachine als bij Thaw wellicht?

Een ding is wel gebleken uit dit optreden; Pink staat na een decennium nog altijd als een huis. Nu weten we haast niet beter, maar het blijft knap hoe Boris destijds zoveel verschillende stijlen wist te combineren tot een naadloos album vol prachtmomenten. Momenten die live overigens ook goed uit de verf komen. Erf tof waren de dampende songs die zweefden tussen hardcore en stoner zoals Woman On The Screen en Pseudo-Bread, maar ook de genadeloze sludge/drone compositie Blackout hakte er stevig in. Het absolute hoogtepunt zat echter in de staart met het vurige Just Abondoned Myself (inclusief noisey outro), opgevolgd door de pure schoonheid van het shoegazy Farewell. Laatstgenoemde sloot – toepasselijk genoeg – het optreden af op een atmosferische noot en liet het publiek haast in trance achter. Conclusie: uitmuntend optreden van deze Japanse bazen.

Ter afsluiting stappen we nog even de Extase binnen voor het Amerikaanse collectief Wrekmeister Harmonies. Een besluit waar ik absoluut geen spijt van heb gekregen. Hoe cliché het ook klinkt; het beste was namelijk voor het laatst bewaard gebleven. Tijdens de soundcheck maakte de boomlange bandleider JR Robinson enkele grappige droge opmerkingen, maar toen het eenmaal begon viel er weinig meer te lachen. De muziek, een experimentele mix met elementen van o.a. drone, doom, shoegaze en post-rock, was zware kost. Beetje Earth meest Subrosa. Oftewel: donker en emotioneel met veel wisselingen tussen rustige en snoeiharde passages. Net als Subrosa maakt Wrekmeister Harmonies ook gebruik van een viool, maar vielen er ook een keyboard en lap steel gitaar te bespeuren. Deze instrumenten stonden weliswaar niet altijd perfect afgesteld in de mix, maar gaven het rijke bandgeluid iets eigens en extra melancholie. Daarnaast gaan er ook complimenten uit naar het sterke contrast tussen de intense bromstem van Robinson en etherische zang van violiste/toetseniste Esther Shaw.

Qua sound was het ronduit fantastisch, geen twijfel mogelijk, maar het sterke aspect bleven toch wel de songs. En dat is ergens vreemd, want er waren genoeg kabbelende momenten aanwezig waarbij je de aandacht verloor. Desondanks wist de band je toch steeds weer bij de strot te grijpen, en elke keer iets steviger. Dit gebeurde meestal middels een uitgesponnen climax waarbij de emoties hoog opliepen. Niet alleen figuurlijk, maar ook bij de bandleden die er volledig voor gingen. Elke zangpartij, slag, noot, etc. zat vol overgave. De ambiance was hierdoor grimmig en intens, echter zonder theatrale bedoeningen. Je voelde oprecht de pijn en het verdriet, waardoor je zelf langzaam volledig in de ban raakte. Al kan het ook zijn geweest dat de bandleden gewoon hun frustratie uitten over de geluidsproblemen die af en toe de kop opstaken. Wie zal het zeggen? Wat telt is dat Wrekmeister Harmonies iets voor elkaar kreeg wat weinig bands lijken te kunnen. Ze raakten ondergetekende op een emotioneel vlak en lieten mij stil van binnen achter. En dat is een onvergetelijk moment voor iedere respecterende muziekliefhebber. Een waardig afluister; niet alleen voor Incubate, maar ook voor mijn persoonlijke concertagenda 2016.

 

En voor de liefhebbers zijn hier nog wat foto’s van optredens die het verslag helaas niet gered hebben. Uiteraard zijn alle kiekjes genomen door onze eigen Jurgen van Hest.

 

Condor Gruppe

OHHMS

Clipping

Oathbreaker

Costes

Belphegor